dinsdag 14 januari 2014

De internetopdracht weer onder supervisie van de docent

Onlangs is het deelproject Werken met WebQuests van de Vereniging van vrijescholen afgerond. Het deelproject - begeleid door ondergetekende - is onderdeel van een breder traject dat de vrije scholen ingaan om de mogelijkheden van digitale didactiek te verkennen en om aanzetten te geven tot een leerlijn mediawijsheid. De bedoeling is om die leerlijn van de onderbouw tot de bovenbouw door te laten lopen, zodat er meer eenheid in het leerplan ontstaat. Twee onderbouwen (de Vrijeschool Raphaël Almere en Vrijeschool De Kleine Johannes) en drie bovenbouwen (het Novalis College Eindhoven, de Stichtse Vrije School en de Vrijeschool Zutphen VO) participeerden in het project.

Geconstateerd werd dat leerling en docent hinderlijk ver uit elkaar waren gegroeid wat de kennis van nieuwe media en het internet betreft. Door de gebrekkige digitale kennis van de meeste docenten en de (digitale) voorsprong van de leerlingen, ging de leerling in feite het internetdomein domineren. Dat mochten zij ook, want zij hadden daar volgens de docenten toch ‘veel meer verstand’ van. De leerlingen leerden uitmuntend knippen en plakken. Het internet, Wikipedia of Google was als bronvermelding vaak voldoende. De digitale bronnen die de Mediatheek (indien aanwezig op je school) aanbiedt in de vorm van betaalde abonnementen als de Krantenbank of voor de middenbouw de Winkler Prins Studie (Vrijeschool Zutpen VO) werden vaak genegeerd. De leerkrachten hadden zich eigenlijk nooit verbonden met digitale bronnen in de Mediatheek of die op het World Wide Web en gaven in hun opdrachten geen duidelijke richting aan. De projectgroep wilde de internetopdracht weer terug brengen naar een activerende opdracht, waarbij nieuwe kennis wordt vergaard en/of nieuwe denkvaardigheden worden aangeboord. We wilde dus weer iets met informatie van internet gaan doen in plaats van er alleen maar naar te zoeken. Internet en digitale databanken zijn daarbij wat ons betreft serieuze bronnen. 

Zo ontstond het project Werken met WebQuests. De WebQuest is een opdracht die digitaal wordt aangeboden en waarin de (digitale) bronnen door de leerkracht worden gegeven. Het is een win/win situatie waarbij je via de WebQuest docenten verbindt met de (digitale) materie, de Mediatheek bij de opdracht betrekt (levert de digitale bronnen en handleidingen voor de tools) en het internet als bron serieus neemt. De leerling gaat middels de opdracht gebruik maken van een door de docent/Mediatheek gestructureerd internet. Leerlingen hoeven daardoor niet zelf te zoeken naar informatie, maar kunnen met de opgegeven bronnen aan de slag. De koppeling met de vrijeschool pedagogiek is evident. In de zeven levensjaren tot het veertiende jaar leert de leerling op de vrijeschool immers door ‘autoriteit/gezag’. Daarnaast biedt de WebQuest mogelijkheden om de opdrachten in moeilijkheid te variëren door verschillende (lagere- en hogere) denkvaardigheden aan te boren. Uiteindelijk moeten de leerlingen worden opgeleid om zelfstandig onderzoek te kunnen verrichten, waarbij ze zelf de bronnen moeten zoeken, vinden, beoordelen en verwerken..

De WebQuest is geen nieuw fenomeen. Het is een door de bedenker Bernie Dodge duidelijk omschreven opdracht die een vaste werkwijze (inleiding, opdracht, werkwijze, informatiebronnen, beoordeling, terugblik en docentinformatie) volgt en tot een in de opdracht stap voor stap beschreven presentatievorm leidt. Een dergelijke opdracht eist - dat mag duidelijk zijn - een duidelijke verbinding van de docent met de digitale materie.

In het project werd op zeer verscheidene manieren geëxperimenteerd met digitale didactiek. In de Inleiding werd zo veel mogelijk gebruik gemaakt van wat wel heet: Flipping the Classroom. De leerlingen krijgen de uitleg en inleiding behalve in de periode of les nu ook digitaal met alle filmpjes en links. De opdracht is daarmee vast verbonden aan de uitleg en kan door de leerlingen als zodanig ook digitaal worden bewaard. Bij enkele eindpresentaties werd niet altijd een papieren (periode)schrift gebruikt, maar werden allerhande digitale tools ingezet (Blogger, Thinglink, Google Public Data et cetera). De Mediatheek leverde voor die tools handleidingen. 

Enkele ervaringen: 
Mediathecaris: “Je ziet dat we eindelijk weer zinvolle internetopdrachten hebben. Waren de opdrachten eerst vaak gebaseerd op op het opzoeken van informatie, zonder duidelijke richtlijnen (alles was goed, ook elk Wikipedia lemma), nu zie je dat er hard gewerkt wordt aan de verwerking van de kennis en creatieve digitale presentaties.”
Docent bovenbouw: “Nu ik zelf mijn opdracht van digitale bronnen moet voorzien, wordt de opdracht beter en duidelijker. Ik weet nu wat ik van ze kan verwachten en ga ook niet voor minder. Immers ik weet dat ze de antwoorden kunnen vinden, die staan in mijn opgegeven bronnen. Doordat ik nu ook eerst de tools test (bijvoorbeeld een digitale schijfdiagrammaker) weet ik zeker dat het eindproduct voor iedereen te halen is. Ik lever voor elke digitale tool trouwens - in samenwerking met de mediathecaris - ook nog een handleiding aan.”
Docent bovenbouw: “Ik zie andere leerlingen opbloeien dan bij mijn reguliere opdrachten.”
Mediathecaris: “Leerlingen werken zeer geconcentreerd en doordat de opdracht helemaal beschreven is, is er weinig ruis in de les. Iedereen weet wat hij moet doen en kan dit ook zelf weer terug vinden in de opdracht.”
Docent bovenbouw: “Na evaluatie van een WebQuest bij leerlingen bleken ze zeer tevreden over de opzet. Wel gaven de leerlingen ook aan dat ze een mix zouden willen van een WebQuest met regulier onderwijs.”
Docent bovenbouw: “Ik moet nog wat werken aan de vorm, maar zie nu dat mijn inleiding voor de klas nog steeds van primair belang is. Vaak lever ik de tekst en beeldmateriaal die ik in mijn inleiding gebruik ook mee met de inleiding op de webquest. De leerlingen kunnen dan thuis een en ander nog eens nalezen en zich zo beter voorbereiden op de webopdracht.”
Docent onderbouw: “Het viel me op dat de groep kinderen achter de computers heel zelfstandig kon werken. Een van de kinderen zij “Nu hoeven we niet de hele tijd naar jou te luisteren of aantekeningen te maken.” Ze vonden het fijn dat ze rustig de informatie die ze nodig hadden op konden zoeken, en zo nodig terug konden lezen, als ze het niet helemaal begrepen hadden. Ook het gebruik van schema’s en filmpjes op de WebQuest ervoeren ze als prettig. Het presenteren met behulp van digitale bronnen gaf de kinderen ook een gevoel van authenticiteit, het gaf hun presentaties meer gewicht voor hun gevoel. Zo namen ze de stof daardoor ook serieuzer.”
Docent onderbouw: “Voor mij als docent was het grote voordeel dat ik kinderen bij de meeste vragen kon verwijzen naar hun bron. Doordat de bron buiten mij lag werden kinderen gestimuleerd om meer zelf-handelend op te treden om aan hun informatie te komen. Ook vragen als “is de presentatie goed als we dit laten zien?” kon ik doorverwijzen. Het model van toetsing staat op de webquest en iedere groep kan zelf nalopen of ze aan alle onderdelen voldoen.” 

Wat betreft het project: een en ander zal nog een vervolg krijgen in de vorm van een digitale publicatie. Hoe beperkt het project ook was opgezet, het heeft in elk geval het gebruik van de inmiddels behoorlijk gevulde virtuele Mediatheek gestimuleerd. Ook zijn we nu bezig met het zelf maken en delen van lesmateriaal. Zelf lesmateriaal arrangeren gaat in de toekomst zeker een belangrijke rol spelen en zal gaan behoren tot het competentiemodel van docenten. Verder maakt de Vrijeschool Zutphen VO ruimte vrij op het netwerk om de handleidingen aan leerlingen en docenten aan te bieden.

De Vrijeschool Zutphen VO gaat - naar aanleiding van dit project - met meerdere docenten verder aan de slag met WebQuests en digitale didactiek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen