dinsdag 8 mei 2012

De digitale bibliotheek komt er aan



Dat was even schrikken, niet? Dit is dus die gemiddelde bibliotheek- of mediatheekbezoek(st)er in het digitale tijdperk. Althans ... De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stuurde eind april een Handreiking naar haar leden over de (openbare) bibliotheek in het digitale tijdperk. Daarin stelt de VNG voor om de fysieke collectie van openbare bibliotheken op termijn te vervangen door digitale boeken zodra die beschikbaar zijn. Zij stelt in de brief die de Handreiking aankondigt: “Als de bibliotheek een grote papieren collectie blijft aanhouden, zullen dubbele kosten worden gemaakt. Het geheel vervangen van de papieren collectie door een digitaal aanbod is niet realistisch; wel kan het gebruik van het papieren boek zoveel als mogelijk worden teruggedrongen door substitutie. Gebruikers kunnen gestimuleerd worden te kiezen voor e-content door de fysieke collectie te beperken tot die titels waarvoor geen digitaal alternatief bestaat of voor speciale doelgroepen, die moeilijk tot digitaal lezen in staat zijn”.

Aan de hand van deze stellingname kun je je veel afvragen: Is geld de drijfveer? En wat is nu eigenlijk beter: lezen van papier of lezen vanaf een iPad of e-reader? Is er eigenlijk al onderzoek beschikbaar naar voor- en nadelen van digitalisering van het boekenbestand? De digitale variant scheelt papier en neemt minder ruimte in. Maar ja, wat te denken van wegkruipen met een heerlijk papieren boek? En komt de aanbeveling van de VNG ook niet wat vroeg? In januari nog stelde Adriaan van der Weel, professor Book and Digital Media Studies aan de Universiteit Leiden dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar de gevolgen van digitaal lezen op onder andere kennisoverdracht en leesvaardigheid. "Als digitaal lezen er bijvoorbeeld toe leidt dat mensen zich minder lang kunnen concentreren op een tekst, wordt het ook moeilijker om een langer betoog te volgen. Dat is in een democratische samenleving toch een essentiële vaardigheid", aldus Van der Weel. Van der Weel publiceerde zelf in 2011 over de gevolgen van de digitalisering van het boek. En, wat doet het onderwijs? Wat voor standpunt neemt zij in? Waarom is het zo stil? Moet het onderwijs in deze discussie het initiatief niet veel meer naar zich toe gaan trekken?

Wat feiten: Nederlanders die digitale literaire boeken lezen, doen dat het vaakst lineair. Dat geldt voor alle generaties, maar 30-plussers lezen relatief vaker van links naar rechts, van boven naar beneden en van begin tot eind dan 30-minners. Jongere mensen lezen weer vaker non-lineair en scannend, raadplegen vaker andere teksten tijdens het lezen, surfen vaker op internet tijdens het lezen, en zijn vaker op zoek naar teksten in plaats van deze te lezen (Bakker, 2010). Dit onderzoek en vele andere zijn te vinden op Leesmonitor, de nieuwe site van Stichting Lezen. Leesmonitor is een website met actuele en relevante onderzoeksgegevens over leescultuur, leesbevordering en literatuureducatie in Nederland. Er komen vijf thema’s aan de orde: leestijd, leesmotivatie, leesvaardigheid, literaire competentie en digitalisering. Verder zijn hier als een apart onderdeel basisgegevens te vinden over boekverkopen, bibliotheken, scholen en projecten. Het is belangrijk om - ook vanuit het onderwijs - deze site te volgen. De belangrijkste resultaten van toonaangevend nationaal en internationaal wetenschappelijk, sociologisch en marktonderzoek worden hier op bondige en toegankelijke wijze beschreven. Je vind hier verder veel statistiek en verwijzingen naar de rapporten waaruit geput wordt. Tevens vind je links om rapporten en onderzoek te downloaden. De site wordt voortdurend aangevuld met de meest recente cijfers, onderzoeken en publicaties. Je komt opmerkelijke zaken tegen als: er zijn evenveel gebruikers die het e-book verkiezen boven het papieren boek als andersom. 35-Plussers neigen meer naar het e-book dan 35-minners, mannen meer dan vrouwen en lager opgeleiden meer dan hoger opgeleiden. Hoewel jongeren in de adoptie van nieuwe media over het algemeen voorlopen op ouderen, neigen e-book lezers onder de 25 jaar juist vaker naar papier dan 35-plussers. En het zijn juist ouderen die de e-reader het hoogste waarderen voor het literaire lezen, terwijl bij jongeren de computer en de laptop beter in de smaak vallen.

Voor de kleine lezers blijkt uit onderzoek dat het (voor laten) lezen van digitale kinderboeken een positief effect heeft op het verhaalbegrip, de taalontwikkeling en de woordenschat. Vooral kinderen met leesvaardigheidsproblemen profiteren hiervan. Voor de invulling van het onderwijs valt verder nog niet zo veel te zeggen volgens Niels Bakker (Bakker, 2009 ). Daarvoor moet eerst meer bekend worden over het lees- en interpretatieproces van digitale literaire teksten. Over het gebruik van digitale media onder kinderen is nog niet zoveel bekend, stelt ook de VNG in haar Handreiking in een bijlage. Zij stelt wel dat, hoewel ouders sceptisch zijn, kinderen volgens initieel onderzoek van het Joan Ganz Cooney Centre at Sesame workshop meer houden van e-books dan gewone boeken. Ze onthouden en begrijpen evenveel als wanneer ze gedrukte boeken lezen. Het is overigens wel een heel dun onderzoek (24 families) waarnaar hier wordt verwezen en ook het Cooney Centre zelf dringt aan op meer en beter onderzoek. De VNG loopt mijns inziens behoorlijk op de fanfare vooruit. Het onderwijs moet zich heel snel gaan mengen in deze discussie, anders lopen wij achter de fanfare aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen