woensdag 19 november 2014

21st century skills

Staatssecretaris Sander Dekker wil dat Nederland met hem meedenkt in een nationale dialoog om zo een samenhangende visie over de inhoud van het onderwijs te vormen. “Een kind dat vandaag voor het eerst naar school gaat, solliciteert in 2032 naar zijn eerste baan. Leert dit kind nú op school wat het dán nodig heeft om een vliegende start te maken?'', aldus Dekker.

Ik volgde deze maand de MOOC 21st century skills. Eerder attendeerde ik jullie al op deze MOOC en ik hoop van harte dat meer mensen van onze school hebben meegedaan. Ik wil nu niet een uitgebreid verslag geven van alle vaardigheden die onder deze term vallen. Culturele- en sociale vaardigheden, creativiteit en samenwerken worden weliswaar in de MOOC in een 21e eeuwse context behandeld, maar hier wil ik toch vooral de digitale vaardigheden eruit lichten.

Een opvallende uitspraak: “Mensen die nu solliciteren op managementfuncties zetten niet alleen hun MBA op hun CV maar ook hun verrichtingen in een multiplayer online game. Als je de leider bent van een guild met 300 mensen in een game dan heb je mensen geworven, beoordeeld, conflicten opgelost etc., en dat wordt erkend.” Dit zegt Byron Reeves, hoogleraar informatica van de Stanford University. Joke Voogt van de Universiteit Twente citeert hem in een video waarin zij in gaat op de rol van 21st century skills in het onderwijs:



In het huidige onderwijsdebat is er veel aandacht voor het onderwijs van de toekomst. De discussie richt zich onder meer op de vraag welke kennis en vaardigheden van belang zijn om leerlingen voor te bereiden op een snel veranderende maatschappij. Veel van deze vaardigheden worden samengevat onder de noemer 21e eeuwse vaardigheden. Het betreft generieke vaardigheden en daaraan te koppelen kennis, inzicht en houdingen die nodig zijn om te functioneren in en bij te dragen aan de toekomstige samenleving. SLO publiceerde daarover 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs (2014). Dit onderzoek vond plaats naar aanleiding van een verzoek van het Ministerie van OCW. Dit Ministerie vroeg SLO te onderzoeken wat deze vaardigheden precies inhouden en in hoeverre ze aandacht krijgen c.q. zouden moeten krijgen in het funderend onderwijs (het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs). Daarbij is gevraagd specifiek aandacht te besteden aan digitale geletterdheid, mede naar aanleiding van de conclusies van de KNAW (2012).

De Volkskrant : “Wat zijn dat precies voor vaardigheden, van de 21st century? Overal lees ik hetzelfde rijtje: communicatie, samenwerken, ict-geletterdheid, relativiteit, kritisch denken, probleemoplossend denken, sociale en culturele vaardigheden en burgerschap. Nuttige dingen. Maar typerend voor de 21ste eeuw? Op ict-geletterdheid na (voorheen kunnen lezen en documenteren) zijn ze altijd belangrijk geweest.” Amber Walraven stelt in een blog van Didactiefonline ook dat eigenlijk alleen digitale geletterdheid echt nieuw is. Moeten we ICT dan maar gewoon ergens toevoegen? "Hup, we schaffen een app aan, en in plaats van op papier oefenen van sommen, oefenen we op de tablet! Dan sluiten we aan bij de leefwereld van de leerlingen!" (Ok, maar doe je nu daadwerkelijk iets anders dan voorheen? Waarom heb je een tablet nodig om te doen wat je al deed? Wat is er precies zo 21e eeuws aan?” Het onderwijs opleuken met ICT is niet de oplossing. Walraven vervolgt: “Alles dan alleen maar doen met ICT? Leerlingen zijn opgegroeid met ICT, die kunnen alles al, laat ze maar lekker zelf alles opzoeken! Zo kunnen ze zelf alles leren!" Een van de grootste misvattingen is dat leerlingen allemaal beschikken over dezelfde hoeveelheid vaardigheden op dit gebied én dat die vaardigheden zich vanzelf ontwikkelen. Daarbij kun je nu eenmaal niet alle kennis en vaardigheden opzoeken. “

Zomaar wat ICT toevoegen of het aan de leerling laten, het klinkt allebei niet geweldig, maar we moeten wel wat met ICT gaan doen. Walraven: “Experimenteer gerust. Pobeer tools uit, probeer nieuwe werkvormen uit, verander je eigen rol eens, en die van je leerlingen. Maar doe het bewust, en wees realistisch. Heb een doel, en kijk of het doel behaald is. Neem de regie over je onderwijs, en laat je niet opjutten door heren en dames die aangeven dat het onderwijs zo achterloopt. Maar realiseer je ook dat je vandaag onderwijs geeft, en dat je niet kunt blijven volhouden dat het genoeg is om rekenen en taal te geven, omdat dat nu eenmaal getoetst wordt in een eindtoets, en de rest niet. Je kunt ook niet volhouden dat jij degene bent die de kennis bezit, en de enige bent die die kennis kan overdragen. Dan doe je je leerlingen echt tekort.” Tot zover Walraven.

Ingewikkeld is het niet. Ik geef zelf op school vaak de volgende voorbeelden: bij een landenopdracht naar cijfermateriaal zoeken doe je met open data en daarmee laat je leerlingen hun eigen unieke grafiek construeren. De opdracht verandert daarmee niet, maar de leerling kan meer zaken met elkaar vergelijken en is niet gebonden aan bestaand gepubliceerd cijfermateriaal. Ook deelnemen aan een internationaal project was nog nooit zo simpel met de mogelijkheden van sociale media. Maar, zeer 21e eeuws is het begrip prosument. Je kunt bijvoorbeeld vrij makkelijk een app door leerlingen laten maken die een functie toevoegt aan een smartphone. Vroeger was een gekocht product af, nu leven we in de maakmaatschappij. Dit is natuurlijk mediawijsheid pur sang, maar zet dat nu het onderwijs nu geheel op zijn kop? Erik Woning van Kennisnet: “Ga uit van de onderwijspraktijk: Wat doe je nou als leraar zijnde en op wat voor manier kunnen de doelen die je hebt met je werk, makkelijker behaald worden met ICT.”

De conclusie van het genoemde SLO-onderzoek is in elk geval dat “de 21e eeuwse vaardigheden weinig doelgericht en structureel aan de orde komen in het huidige curriculum voor het funderend onderwijs. Gegeven het belang van de 21e eeuwse vaardigheden voor de toerusting van leerlingen
en de beperkte aandacht in het huidige curriculum, is het wenselijk de positie van de vaardigheden in het beoogde en uitgevoerde curriculum te versterken. Scholen en leraren spelen daarbij een cruciale rol en moeten voldoende ruimte krijgen er lokaal invulling aan te geven."(Thijs, A., Fisser, P., & Hoeven, M. van der (2014), p.8)

Welke basisvaardigheden met betrekking tot ICT moet een leraar daarvoor trouwens beheersen? Is het voldoende wanneer hij kan mailen, snel de juiste informatie op het net weet te vinden en overweg kan met het digitale bord? Volgens Kennisnet - die het kader ict-bekwaamheid leraren ontwikkelde - gaat het daarbij om professionele ontwikkeling, pedagogisch-didactisch handelen en werken in de schoolcontext. (Bron: Vives) Vooral die pedagogisch-didactische toepassing van ICT - dat zie ik overal - is nog lang geen vanzelfsprekendheid.

Wat moet er nu in ons curriculum gebeuren? Als wij ons aansluiten bij Walraven en de Volkskrant en stellen dat het enige echt nieuwe eigenlijk digitale geletterdheid is dan rest ons de vraag: wat is digitale geletterdheid? Volgens de MOOC 21st century skills bevat dit:
Basiskennis ICT: het kennen van basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken ('knoppenkennis'); Het kunnen benoemen, aansluiten en bedienen van hardware; het kunnen omgaan met standaard kantoortoepassingen (tekstverwerkers, spreadsheet-programma’s en presentatiesoftware); Het kunnen omgaan met softwareprogramma's op mobiele apparaten; het kunnen werken met internet (browsers, e-mail); Op de hoogte zijn van en kunnen omgaan met beveiligings- en privacyaspecten.
Computational thinking: denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevens-organisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ICT technieken en gereedschappen.
Mediawijsheid: kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media: Begrip: inzicht hebben in de medialisering van de samenleving, begrijpen hoe media gemaakt worden, zien hoe media de werkelijkheid kleuren; Gebruik: apparaten, software en toepassingen gebruiken, oriënteren binnen mediaomgevingen; Communicatie: informatie vinden en verwerken, content creëren, participeren in sociale netwerken; Strategie: reflecteren op het eigen mediagebruik, doelen realiseren met media.
Informatievaardigheden: het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte en op basis hiervan het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken van relevante informatie: - definiëren van het probleem.

En ja, toetsing van deze en de andere 21e eeuwse vaardigheden is nog een probleem. Uit het rapport van SLO: “Er is behoefte aan handzame instrumenten om de ontwikkeling van leerlingen op het gebied van de 21e eeuwse vaardigheden te volgen. Het gaat vooral om innovatieve vormen van monitoring en toetsing die recht doen aan de contextgebondenheid en de typische 21e eeuwse toepassing van de vaardigheden, waar mogelijk en wenselijk gekoppeld aan vakinhouden. Op dit moment zijn er weinig bruikbare toetsinstrumenten voor handen in het funderend onderwijs. Het ontwikkelen van geschikte instrumenten is dan ook van belang om de essentiële kenmerken van de vaardigheden te verhelderen en concretiseren. Het gaat om instrumenten waarmee leerlingen zelf inzicht krijgen in hun eigen ontwikkeling en die formatief ingezet kunnen worden om het leerproces te kunnen verbeteren” (Thijs, A., Fisser, P., & Hoeven, M. van der (2014), p. 108)


Niets doen is geen optie. Zoals Vives in het novembernummer van dit jaar provocerend stelt: Er is een recht op mediawijsheid (lees hier ook: ICT-geletterdheid). Bij de viering van 25 jaar Rechten van het Kind hoort ook aandacht voor brede mediawijsheid. Het is trouwens ook het credo voor de komende Week van de mediawijsheid.

Tot slot wil ik hier nog wijzen op het Horizonverslag gepubliceerd door de Europese Commissie en het New Media Consortium, een non-profitorganisatie uit de VS. Volgens het verslag zijn de integratie van ICT in de lerarenopleiding en het aanpakken van de zwakke digitale vaardigheden van leerlingen oplosbare uitdagingen. ‘Authentieke’ leermogelijkheden bieden, op basis van echte praktijkvoorbeelden, en het mixen van formeel en informeel onderwijs zijn op korte termijn moeilijker uit te voeren. Onder de moeilijkste, ‘netelige’, uitdagingen vallen de noodzaak om het onderwijs van complex denken te verbeteren en ervoor te zorgen dat studenten mede-ontwikkelaars van hun leeractiviteiten worden.



Kijk aan, er ligt dus nog een grote uitdaging. Laten we in elk geval beginnen met ons aan te sluiten bij de IT-academy, waarin Microsoft MOS-certificering aanbiedt. Te veel scholieren verlaten het voortgezet onderwijs zonder zelfs maar de beruchte ‘knoppenkennis’ en het omgaan met standaard kantoortoepassingen te beheersen. Wat de pedagogiek betreft: vorig jaar is ondergetekende op school gestart met een groep docenten om ICT en informatievaardigheden vakoverstijgend binnen de opdrachten te realiseren. Dit is zeer vruchtbaar gebleken en daarmee moeten we beslist doorgaan. Verder is er behoefte aan een vorm van ‘ontdekkend leren’ waarin programmeren een belangrijke plaats inneemt. Er ligt hiervoor een voorstel bij de directie.

zie ook: Digitale talentontwikkeling

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen