dinsdag 7 juni 2011

Zijn scholen naïef?

Alle media besteedden er eind mei tijd en ruimte aan: mobieltjes op school. De Nationale Academie voor Media en Maatschappij (NOMC) interviewde docenten en leerlingen op 42 basisscholen en 78 middelbare scholen. Het onderzoek bestond uit individuele gesprekken met 149 directieleden en/of onderwijzend personeel en 40 groepsgesprekken met 360 leerlingen. De leeftijd van de leerlingen lag tussen de 10 en 16 jaar.Wat blijkt? Scholen zijn naïef wat betreft het gebruik van mobieltjes op school. Docenten blijken slecht te weten wat er tegenwoordig met een mobiel mogelijk is. Twee op de drie leerlingen gebruikt de telefoon tijdens de les wel eens om muziek te luisteren, spelletjes te spelen, sociale media te gebruiken of iets op te zoeken op internet. Liesbeth Hop (NOMC) "Het zijn in veel gevallen niet slechts telefoons, maar zij bieden volledig toegang tot het internet. Smartphones blijken zelfs te worden ingezet als wapens tegen leeftijdsgenoten en onderwijzend personeel." Zij doelt daarmee op uit het digitaal pesten van medeleerlingen of onderwijzend personeel en op het misbruik van mobieltjes tijdens de les (vooral op middelbare scholen).Van de ondervraagde leerlingen op middelbare scholen heeft 42% zelf in meer of mindere mate ervaring met het digitaal pesten van medeleerlingen of onderwijzend personeel, 28% is zelf slachtoffer geweest. Meer dan driekwart van de ondervraagde scholen is niet voldoende op de hoogte van de technologische mogelijkheden van de huidige generatie smartphones.

Wat te doen? Op papier lijkt alles altijd in orde. Mobieltjes mogen niet in de les, anders moet de leerling het mobieltje inleveren. Veel leerlingen straf je daar niet zo erg mee, ze hebben altijd nog wel een tweede – minder gelikte versie – liggen. De TuBantia van 30 mei stelt dit ook. “Op papier ziet het er goed uit. De praktijk is anders. Het is beslist niet zo dat elke leerling die zijn mobiel uit de tas trekt gelijk zijn telefoon mag inleveren. Ondanks de regels is het uiteindelijk de docent zelf die bepaalt hoe ernstig de overtreding is. En daar zit ook de grootste onduidelijkheid. Er zijn zelfs lessen, zoals het vak Multimedia op het Twickelcollege, waarin het gebruik onder voorwaarden is toegestaan.” Datzelfde zie je bij ons in de Mediatheek. De ene docent gebruikt YouTube, de ander vindt dat de mediatheekmedewerkers de leerlingen moeten verbieden om YouTube te raadplegen. (Positief) beleid is er niet. Radio 1 laat leerlingen aan het woord en geeft een idee over hoe de leerlingen omgaan met dit grijze gebied.


Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Iedereen is op elkaar aan het wachten. Managers willen hun onderwijzend personeel niet overladen met bijscholing op dit terrein. Docenten willen zich over het algemeen niet verbinden aan de nieuwe media, ook niet in positieve zin door mobieltjes te gebruiken in de les ("dat is niet mijn terrein"). De overheid legt de bal bij het onderwijs. Mediacoaches komen alleen in beeld bij de excessen en mogen op ouderavonden de onrust proberen weg te nemen. Eén van de tien aanbevelingen uit het bovenstaande rapport stelt: Betrek ouders, jeugd en personeel bij het beleid en ik denk dat dat heel juist is.

Rest mij nog te zeggen dat we op de Vrijeschool Zutphen VO in het ICT-overleg nu eindelijk een internetprotocol en gedragsregels aan het vaststellen zijn. Met de ervaringen van dit onderzoek in het achterhoofd moeten protocollen geen papier blijven, maar zij moeten gaan leven bij ouders, leerlingen en personeel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen