donderdag 24 november 2011

Blik op Mediawijsheid

Ik kan hier niet vaak genoeg onder de aandacht brengen hoe belangrijk ik het vind om niet vanuit je emotie een mening over jongeren en de nieuwe media te ventileren, maar je te baseren op onderzoek. Onder de tag studies staan op dit blog heel veel studies die te maken hebben met ICT en onderwijs en mediawijsheid/informatievaardigheden in relatie tot het onderwijs. Doe er je voordeel mee!

In deze week (Week van de Mediawijsheid 2011) is het onderzoek Blik op Mediawijsheid. Risicotaxatie, Opvoedstrategieën en Mediagedrag anno 2011 van onderzoeks- en adviesbureau Dialogic openbaar gemaakt. Het onderzoek is in opdracht van het expertisecentrum Mediawijzer.net uitgevoerd. Via een grootschalige telefonische enquête (onder 251 jongeren en 317 ouders) en zowel een expert- als ouderbijeenkomst is data verzameld om een antwoord te vinden op de vraag: Wat is de mate van mediawijsheid bij Nederlandse jongeren van 10 t/m 14 jaar en hun ouders anno 2011 en welke rol spelen mediagebruik en mediaopvoeding daarbij?

  • Het algemene beeld van het onderzoek is dat het best goed gaat met Nederlandse jongeren en hun mediagedrag anno 2011. Uit de risicotaxatie van ouders blijkt dat bij bijna 65% van de jongeren op dit moment geen enkel risico van mediagebruik actueel is. Onder risico wordt dan verstaan: zien van erotiek, geweld; spam, virussen; verslaving; schending auteursrechten; slaapproblemen etcetera (zie p. 19 van het onderzoek).
  • Bijna een op de vijf ouders beschouwen digitaal pesten, ongewenste intimiteiten en misbruik van privégegevens als de grootste potentiële problemen.
  • Wanneer we inzoomen op het mediagebruik van jongeren in de leeftijdscategorie 10 t/m 14 zien we dat TV en Internet favoriet blijven en het gebruik van radio en geschreven media (tijdschriften, dagbladen) is licht gedaald. 81% is in het bezit van een mobiele telefoon en 25% van alle jongeren heeft intussen een smartphone. Jongeren zitten gemiddeld de helft van hun vrije tijd achter een beeldscherm. De overige 3 uur vullen ze in met sport, spel en het afspreken met vrienden.
  • Verder valt de transitie op die jongeren doormaken als ze richting het voortgezet onderwijs gaan, namelijk een duidelijk intensiever gebruik van de meeste internettoepassingen. Een algehele tendens is ook dat ouders zich gemiddeld restrictiever typeren in PO dan in VO. Zodra jongeren in de VO fase zitten, zien we een algehele afname in intensiteit van mediaopvoeding.
  • Ouders vinden dat de eerste verantwoordelijkheid voor media-opvoeding bij hen ligt en niet bij school. Echter, er is ook een andere categorie van risico’s die meer op het niveau zitten van het bijbrengen van cognitieve vaardigheden, zoals het controleren van bronnen, het op waarde schatten van informatie en dergelijke. Men ziet daarin een grote rol voor de school weggelegd.
  • Het blijkt dat ouders die zelf zeer media-intensief gedrag vertonen ook kinderen voortbrengen die bovenmatig gebruik maken van media en bloot worden gesteld aan de daarmee gepaard gaande risico’s. Risicovol gedrag komt met name voor bij kinderen in het VO met media-intensieve ouders.
  • Er worden drie types ouders onderscheiden: 1) Mediagenieters. Ouders die de media vooral gebruiken voor plezier. Zij praten actief met hun kinderen als ze nog op de basisschool zitten, houden toezicht en beleven media samen. Zodra kinderen naar het voortgezet onderwijs gaan, vervalt het toezicht en samen beleven. 2) Media-actieven. Ouders die media vooral gebruiken voor de informatie. Zij praten actief en beleven media samen. Zodra kinderen naar het voortgezet onderwijs gaan stellen ze vooral regels. 3) Mediagematigden. Deze ouders gebruiken zelf media slechts beperkt en kiezen dan vooral voor de traditionelere media. Op de basisschool houden ze nog toezicht, stellen regels en beleven media samen, maar op het voortgezet onderwijs laten ze de media-opvoeding helemaal los. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt doordat hun kinderen hen inhalen qua mediakennis en –kunde. Toch blijken deze kinderen minder risicogedrag te hebben dan kinderen uit de andere twee typen gezinnen. 
Dit onderzoek is vooral zo interessant omdat het de ouders bij het onderwerp betrekt. De uitgave is hier te downloaden. Als je nu op een ouderavond verder in wil gaan op types ouder en hun mediaopvoeding kun je een testje doen met de ouders. Ga daarvoor naar de ouderscan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen