donderdag 13 oktober 2011

Negatieve ervaringen met internet

In het onlangs verschenen onderzoeksrapport  Kinderen en internetrisico’s van dr. Nathalie Sonck en prof. dr. Jos de Haan wordt de verhouding tussen online risico’s en daaraan gekoppelde negatieve ervaringen van jongeren in Nederland beschreven. Hiervoor zijn ongeveer 1000 9 tot16-jarige internetgebruikers geïnterviewd, alsmede een van hun ouders. De gegevens zijn verzameld in het kader van het project EU Kids Online waaraan 25 landen hebben deelgenomen. Diegenen die dit blog vaker lezen weten dat ik steeds uitgebreid in ga op de resultaten van dergelijke onderzoeken (zie onder tag: studies voor meer onderzoeken) juist om ongenuanceerde uitspraken te voorkomen. Het is belangrijk om je mening naar ouders toe te blijven staven met feiten. Hier volgen er naar aanleiding van deze studie weer een paar. 

Van de ruim anderhalf miljoen 9 tot16-jarige internetgebruikers in Nederland worden er ongeveer 60.000 herhaaldelijk gepest via internet (4%). Ongeveer twee vijfde van de 9 tot16-jarige internetgebruikers komt in aanraking met pornografische beelden (39%). Dit gebeurt ongeveer even vaak via internet (22%) als via televisie en film. Van de 11 tot16-jarige internetgebruikers heeft 15% wel eens seksuele berichten op internet gezien of ontvangen. Ongeveer een derde van de jonge internetgebruikers onderhoudt online contact met onbekenden die zij nog niet eerder persoonlijk hebben ontmoet. Een kleiner deel heeft met deze onbekenden vervolgens een afspraak in het echt gemaakt (6%). Van de 90.000 hebben ongeveer 7500 kinderen hier een negatieve ervaring aan over gehouden.
Jongeren worden dus blijkbaar niet zo vaak via het internet gepest als algemeen verondersteld wordt. Ook heeft slechts een klein deel van de 9 tot 16-jarigen een negatieve ervaring ondervonden door een persoonlijke ontmoeting met een onbekende die hij/zij online hebben leren kennen. Dit nuanceert de ‘morele paniek’ rond internetgebruik bij jongeren die herhaaldelijk in de media de kop opsteekt enigszins. In mediaberichten worden online risico’s en hun gevolgen niet zelden uitvergroot wanneer zich incidenten voordoen als gefilmde mishandelingen, bedreigingen via Twitter en verhalen over zogenoemde loverboys.

Uit het onderzoek blijkt verder dat vooral jongens en oudere tieners in contact komen met online risico’s. Vooral meisjes en jongere kinderen rapporteerden negatieve ervaringen met de bestudeerde internetrisico’s. Dat slechts een minderheid van de 9 tot16-jarige internetgebruikers online risico’s loopt en nog een veel kleinere groep hier negatieve ervaringen aan overhoudt relativeert enigszins de omvang van de problemen. Maar: online risico’s blijven bestaan - zo leert het onderzoek -ook als de jongere veel internetvaardigheden heeft. Jongeren met meer internetvaardigheden komen meer in contact met internetrisico’s dan jongeren met minder internetvaardigheden. Je hebt dus blijkbaar ook andere vaardigheden (mediawijsheid) nodig. Ouders zijn actiever met internetbegeleiding dan docenten en leeftijdgenoten. Ouders met actieve internetbegeleiding zorgen ervoor dat hun kinderen minder risico’s op internet lopen. Negatieve ervaringen kunnen zij echter niet voorkomen. Voor ouders en ook voor docenten is het echter steeds moeilijker geworden om toezicht te houden op het internetgebruik van kinderen. Bijna twee derde van de ouders weet het niet als hun kind een negatieve ervaring op internet heeft opgedaan. Computers staan steeds vaker op de kamers van de kinderen. Ook hebben kinderen toegang tot mobiel internet via laptop, smartphone of tablet-computers. Docenten kunnen aandacht besteden aan het verantwoord leren omgaan met allerlei media in de marge van hun algemene lessen. Scholen kunnen ouders bijvoorbeeld adviseren hoe ze hun kinderen kunnen ondersteunen bij het gebruiken van media. Scholen kunnen zelf bepalen of zij mediawijsheid opnemen in het curriculum. De Stichting Leerplan Ontwikkeling (slo) ontwikkelde al een leerlijn mediawijsheid. Maar het zijn ook leeftijdgenoten die invloed hebben op de mate waarin jongeren te maken krijgen met online risico’s en hoe zij dat beleven. 

Voorlichting in de vorm van mediawijsheid is van cruciaal belang. Maar als jongeren dan al een negatieve ervaring opdoen is het belangrijk dat melden makkelijker wordt. Waarom wordt de online meldknop (waarover ik onder meer al in augustus een blog plaatste) niet versneld ingevoerd?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen