dinsdag 20 maart 2012

Datajournalistiek als bron voor het onderwijs

In Nederland staat het nog in de kinderschoenen: datajournalistiek. Uit grote hoeveelheden data wordt nieuws gedestilleerd dat vervolgens in kaarten, illustraties en infographics een uniek verhaal verteld. De enorme en steeds groeiende hoeveelheid digitale data vormt de eerste aanleiding voor het ontstaan van datajournalistiek. Zo maar een voorbeeld: het Ruttesrapport van RTL, dat het kabinet Rutte in de tijd op zijn eigen plannen beoordeeld. Data en visualisatie van die data, daarover gaat datajournalistiek. In Oktober 2011 berichtte ik op mijn blog over Regiohack, een community van informatiespecialisten in Oost-Nederland die Open Data wil visualiseren. ‘Hack’ in Regiohack staat voor publieke data of Open Data en is natuurlijk niet te vergelijken met ‘hacken’ en wat Wikileaks doet.

Ook de onlangs geïntroduceerde interactieve kaart van het NRC en Centraal Bureau voor de Statistiek is een prachtig voorbeeld van datajournalistiek. “Statistiek saai? CBS-cijfers komen tot leven op de kaart” kopt de NRC dinsdag 14 februari. De bijbehorende interactieve kaart is op de website van het NRC te bewonderen. “Wie door een stad loopt merkt dat elke straat of buurt zijn eigen karakter heeft. Vaak is lastig te bepalen wat nou precies bepalend is voor die sfeer. Het zijn niet alleen de huizen. Het is de statistiek”, aldus het NRC. Nergens ter wereld is het postcodesysteem zo fijnmazig als in Nederland. Wie meer weet over een postcode, weet dus meer over wie daar woont. En wie iets weet over alle 430.000 postcodes, weet zo’n beetje alles van Nederland. Het CBS heeft nu een bestand vrijgegeven met een groot aantal demografische gegevens. Van 75-plussers tot eenoudergezinnen en van allochtonen tot alleenstaanden. Wie al deze postcodes op een kaart (bv. Open StreetMap) zet, kan tot op straatniveau de soms opmerkelijke tegenstellingen zien binnen de Nederlandse steden en dorpen. En daar gaat het om: bestanden integreren met - in dit geval - kaartmateriaal.Statistisch materiaal wordt nu steeds vaker geïntegreerd met kaartmateriaal (Open StreetMap of Google maps). De informatie is vaak al beschikbaar (Open Data), maar wordt nu op inzichtelijke wijze openbaar gemaakt. Instellingen die traditioneel veel data verzamelen stellen hun data steeds meer open voor het publiek. Alle gegevens van instanties staan vervolgens met tekst en uitleg (legenda) op één plek. Meer en meer wordt de overheid ook benaderd om data vrij te geven: Op verzoek van Open Streetmap heeft het Kadaster bijvoorbeeld onlangs vijf gigabyte aan data vrijgegeven. Daarmee kunnen verkeersroutes, grenzen en gebieden precies op de kaart worden getekend. Eerder gaf het Kadaster ook al de Basis Administratie Gebouwen (BAG-gegevens) vrij. Deze informatie heeft een nauwkeurige weergave van gebouwen en adressen. Hierdoor werden postcodes toegankelijk, waarover eerder PostNL alleenrecht had. Die zijn nu sinds een recente uitspraak ook door Open StreetMap te gebruiken. Een interactieve kaart die hiervan het gevolg is is de kaart van het programma Nederland van Boven. Zo wordt datajournalistiek een bron die gebruikt kan worden bij klassikale uitleg, bij werkstukken, presentaties en bij onderzoek.

Nog een paar voorbeelden. De Universiteitsbibliotheek van de VU biedt digitaal geografisch kaartmateriaal aan op het Geoplaza. De verzameling is vooral bedoeld voor onderwijs en onderzoek, maar het meeste materiaal is door iedereen te raadplegen. Ook hier kunnen de bestanden bekeken worden met Open StreetMap of Google Maps als ondergrond. Zo is De Nieuwe Kaart van Nederland, opgenomen, maar qua thematiek zijn er zowel topografische bestanden als thematische bestanden, zoals de Bodemkaart van Nederland op het Geoplaza te vinden. CBS in uwbuurt maakt data op wijkniveau openbaar. Je kunt wijken met elkaar vergelijken. De Atlas van de leefomgeving maakt milieu, ruimte, natuur en gezondheid in Nederland inzichtelijk en vergelijkbaar per plaats. Als je niet te ver inzoomt maakt Spotzi zaken als gezondheid, arbeid, export, taal, etcetera per land inzichtelijk. GapminderWorld maakt onder meer HIV, doden door overstromingen of aardbevingen op de wereldkaart inzichtelijk.

Maar je kunt ook met actuele bestanden werken. Global Pulse, een initiatief van de VN, gebruikt digitale data en realtime analyse om een beter begrip van veranderingen in het menselijk welzijn te verkrijgen en daarop te reageren. Iedereen zend digitale signalen uit (telefoon, internet) waarmee we nu eigelijk trends in realtime kunnen volgen. Negatieve trends kunnen misschien zo worden omgebogen door direct te reageren is de gedachte. The New York Times over Global Pulse.


Tot slot wil ik je de volgende film niet onthouden, want duidelijker kan datajournalistiek niet uitgelegd worden worden. 


Een masteropleiding tot datajournalist start in het najaar in Tilburg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen