dinsdag 27 maart 2012

Wikipedia rechtser, Google persoonlijker

Informatie Professional meldde onlangs dat uit taalonderzoek in de Verenigde Staten is gebleken dat (de Amerikaanse) Wikipedia rechtser wordt. Wetenschappers hebben 28.000 artikelen over Amerikaanse politiek onderzocht in de online encyclopedie om te kijken hoe neutraal Wikipedia is. Alle lemma’s die de afgelopen tien jaar zijn geschreven zijn in dit onderzoek betrokken. Het taalgebruik van Republikeinen en Democraten in de handelingen in het congresjaar 2005 is daarbij vergeleken met het taalgebruik in Wikipedia. Wikipedia blijkt in 2001 neutraler en democratischer van toon te zijn en langzaam naar het midden op te rukken. Onlangs werd ook bekend dat een campagneteam van de Republikeinse kandidaat Newt Gingrich sinds 2008 een artikel in Wikipedia ruim zestig keer heeft gewijzigd om de politicus in een beter daglicht te stellen. Van dergelijke praktijken zijn veel meer voorbeelden te noemen. Het is en blijft één van de zwakke punten van Wikipedia, iedereen kan en mag artikelen veranderen.
Nee, dan de andere grote pijler waarop leerlingen veel onderzoek baseren: Google. Google heeft nieuws. De zoekmachine gaat zelf meer antwoorden geven in plaats van alleen maar zoeken naar websites waar de gevraagde informatie gevonden kan worden. Dit is een grote verandering die de komende tijd wordt doorgevoerd. Dit staat althans te lezen in een artikel in de Wall Street Journal van 15 maart (2012), dat vervolgens de hele wereld over ging. Maar, is het nieuws? Zoek je op “Weer in Amsterdam” dan zie je nu al bovenaan geen link, maar direct het antwoord. Dat is dus de richting die de zoekmachine op wil. Het gevolg is dat er dus minder ruimte op de eerste pagina komt voor links.
Google is verder druk bezig de zoekresultaten voor ons zo persoonlijk en relevant mogelijk te maken, het liefst op een ‘sociale’ manier: wat betekent dat ze ons digitale netwerk erbij betrekken. Dit ‘nieuws’ dat de Wall Street Journal presenteert is eigenlijk ook geen nieuws, want Google verandert al in die richting sinds 2009. Zoek je vaak op auto’s en doe je een search voor “Jaguar” is de kans groot dat je bovenste resultaten gaan over de auto Jaguar, en niet het dier. Ben je echter een fervent dierenliefhebber en doe je daar veel searches over dan is de kans aanwezig dat niet de auto maar het dier jouw zoekresultaten zal domineren. Wat wel nieuw is is dat bij die verpersoonlijking van de resultaten Google+ (het sociale netwerk van Google) van groter belang wordt voor Google zoeken. Google+ gaat de zoekmachine Google namelijk meer informatie leveren dan ze nu al over ons hebben. De reclame-uitingen zullen door jouw sociale netwerk erbij te betrekken ook steeds persoonlijker worden. Wie is er bijvoorbeeld invloedrijk op een gezocht onderwerp in jouw netwerk? In Amerika kun je nu al met Search plus your World zeer persoonlijke resultaten krijgen. 



Afhankelijk van waar je op zoekt kan het zomaar zijn dat bijna de hele eerste pagina van Google gepersonaliseerd is. Deze resultaten worden keurig aangegeven met een icoontje zodat je weet dat het een persoonlijk resultaat is. Google gaat dus zelf antwoorden geven en gaat je links aanbieden die met je zoekgedrag en netwerk op het internet te maken hebben. “Geavanceerd zoeken”, zoals wij dat nu kennen, zal meer en meer op de achtergrond raken. Daarvoor in de plaats komt “semantisch zoeken”. De Google zoekmachine zal het verschil in betekenis tussen licht (lamp) en licht (gewicht) kunnen herkennen door de zoekgeschiedenis te analyseren en ziet verbanden tussen woorden. Ook de geografische locatie van de gebruiker zal van invloed zijn op de zoekresultaten binnen Google. Basis voor het nieuwe zoeken is een enorme database (van entiteiten) waarin allerlei plaatsen, dingen en personen opgeslagen zijn.


Nu naar de schoolsituatie. Wij proberen in opdrachten leerlingen objectieve informatie te laten zoeken en presenteren. Wikipedia en de Google-resultaten (en nu dus ook de Google antwoorden) moeten vaak deze informatie leveren. De meeste leerlingen kennen geen andere sites of portals en laten het ook bij de antwoorden van Wikipedia en Google. “Wetenschappelijke” databases zijn moeilijk en zien er anders uit, even daargelaten wat voor informatie je er kunt vinden. Zij zullen in de toekomst ook in rangorde dalen, want persoonlijk heb je als leerling niet zo vaak “wetenschappelijke” informatie nodig en deze zal in je zoekgeschiedenis niet vaak voor komen.

Nu is mijn vraag: is dit zoekgedrag voldoende voor een goed werkstuk of presentatie? Wanneer Google het nieuwe zoeken in Nederland introduceert is niet zo belangrijk, wij zien de trend ook in de huidige Google al. Wordt het daarom niet  tijd om leerlingen bewust te maken en op andere relevante informatie te wijzen (de Winkler Prins online voor de middenbouw en andere digitale bestanden in de Mediatheek voor de bovenbouw). Ik pleit er hier dan ook voor om de Delicious pagina van de Mediatheek als een derde tak naast Google en Wikipedia consequent te gebruiken. Ook dat is natuurlijk een “gepersonaliseerde” portal, maar wel een waar we achter kunnen staan. Hoe handig Google ook in je persoonlijk leven kan zijn, voor objectief en verantwoord onderzoek is het onvoldoende. Laat het niet op zijn beloop, goed zoeken hoort bij de Mediaopvoeding van leerlingen!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen